❌ “Hoe heet jouw knuffel?”
✅ “Ik zie dat je jouw berenknuffel hebt meegenomen.”
Er lijkt maar een klein verschil in deze twee zinnen te zitten.
Toch kunnen deze zinnen een wereld van verschil maken.
Zeker wanneer een verlegen en misschien zelfs angstig kindje zich bij jou op het spreekuur in het ziekenhuis/huisartsenpraktijk of vaccinatielocatie (etc) moet melden.
Wanneer we gelijk dit soort goedbedoelde vragen gaan stellen zonder eerst te verbinden (ook al heb je de intentie om juist wel te verbinden met de vraag), dan deinst een kind al snel terug.
Het kind reageert niet op je vraag.
Het kind kruipt weg achter zijn papa op mama.
Het kind vermijdt oogcontact en kijkt naar beneden.
—————————————————————————-
Vanuit het perspectief van het kind ben jij een ‘spannend’ persoon. Het kind kent je immers nog niet. En misschien ook omdat het kind een eerdere (nare) ervaringen in het ziekenhuis heeft gehad. Of misschien omdat het kind niet goed weet wat er gaat gebeuren bij jou op het spreekuur of….
Door te ondertitelen zie je dat verbinden veel makkelijker wordt:
“Wauw, ik zie dat jij je witte beer hebt meegenomen. Wat fijn dat jouw beer met je mee is. En Ooowh, wat ziet jouw beer er lekker zacht uit!”
Vaak kreeg ik met deze zin stralende kinderoogjes te zien en de knuffel van het kind aangereikt met het idee dat ik wel even mocht voelen hoé zacht de knuffel wel niet was.
De verbinding en daarmee het vertrouwen was gecreëerd.
Een goede basis is het halve werk
💫 Het zijn soms de kleine dingen die een groot verschil voor een kind kunnen maken!
Wat wel en niet werkt in het contact met zieke kinderen kun je leren in de online training ‘Communiceren met een jong kind in een (para-) medische setting’. Een praktische training met videobeelden en beeldanalyses die je dé eye-openers geven die je nodig hebt om dit ook te kunnen.
